Omgang in de klas

Hoe kan de docent/begeleider met ASS-leerlingen omgaan?

  • Vergroot het sociale “begrijpen”
  • Besef dat koppig gedrag een uiting van onvermogen is
  • Voer de druk niet op
  • Let op zijn taalgebruik, zo concreet mogelijk
  • Voorkom confrontaties met onbekende/ drukke situaties
  • Gebruik visuele ondersteuning
  • Corrigeer ongewenst gedrag door snel en duidelijk optreden
  • Breng voorspelbaarheid
  • Wees consequent
  • Houd rekening met tekort in betekenisverlening
  • Geef duidelijk instructies en ondersteuning
  • Gebruik geen sarcasme, cynisme, dubbele betekenissen, bijnamen
  • Spreek niet in figuurlijke zin
  • Houd rekening met het feit dat de leerling meer tijd nodig heeft
  • Houd de instructie zo kort mogelijk
  • Geef voldoende herhalingen
  • Houd er rekening mee dat de leerling moeilijk overweg kan met vrije opdrachten
  • Houd er rekening mee dat de leerling weinig intrinsieke motivatie heeft
  • Neem zelf een neutrale houding aan
  • Help bij hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden
  • Weet dat de leerling niet automatisch het geleerde toepast in nieuwe situaties
  • Weet dat de leerling niet reageert op groepsinstructies
  • Roep de leerling bij zijn naam
  • Houd rekening met de sensorische gevoeligheid van de leerling
  • Houd er rekening mee dat de leerling de taal letterlijk opvat
  • Houd er rekening mee dat de leerling moeite heeft bij de creatieve vakken
  • Weet dat de leerling moeilijk sociale interactie begrijpt
  • Gebruik weinig non-verbaal gedrag
  • Weet dat de leerling emoties niet altijd begrijpt, boos worden weinig zin heeft